Biathlon, hoe kom je erbij? (met een ode aan Tiril)

Ik weet niet meer precies welk jaar het was, ik vermoed ergens in de winter van 2014 op 2015. Ik raakte gefascineerd door een sport waar ik eerder enkel - en niet meer dan dat - het bestaan van wist.

Tot die tijd speelde mijn leven zich (als ik dat hier even beperk tot de passieve sportbeleving) mono-maniakaal af rond de koers, af en toe afgeleid door een interessante voetbalwedstrijd. Ook had ik (en heb ik nog steeds) interesse voor snooker. Ook dat moge bij de neutrale lezer verbazing opwekken, getik met gekleurde ballen, iets voor nerds? In mijn uitleg daarover kan ik kort zijn. We zien de combinatie van techniek, tactiek en mentale weerbaarheid. Zijn er overige sporten of spellen waar het principe van 'wachten op je beurt' een zo groot beslag legt op je veerkracht? Snooker is bovendien een televisie-genieke sport, het volledige spel komt in beeld. Het commentaar van de BBC is de kers op de taart, die onvolprezen ironie.

Terug naar dat andere.

Voor een fietser in hart en nieren is de winterperiode een ware beproeving. Waarmee vult hij de vrijgekomen ledige tijd op? Terugkijken van hoogtepunten van afgelopen jaar (veel beproefd nu ook in coronatijden), je BMI in de gaten houden, veel lezen en voor de rest veel rust en introspectie. Doorbijten kun je het ook noemen, in lockdown.

Zoals gezegd ben ik een sportgek, een selectieve dat wel. In mijn jongere jaren vulde ik de wintermaanden met de schaatskampioenschappen, de tijd van Ard en Keesie. Sinds die sport zich afspeelt in (vaak ook nog naargeestig lege) hallen ben ik langzamerhand afgehaakt. De charme van de wintersport is voor mij dat deze zich afspeelt in een winterlandschap, gesymboliseerd door een deken van sneeuw. Met natuurijs, met besneeuwde vlaktes, bomen getooid met sneeuw. Wit, wit, wit, het is de kleur van de onschuld, de kleur die herinneringen oproept aan een onbezorgde jeugd, waarin we met de slee er op uit trokken. Nostalgie, heimwee, weemoed, romantiek.

Hoe prachtig de natuur, zeker bij de crosscountry, met de bergen als majestueus decor. De bergen die ik een seizoen later eer bewijs door ze met de tweewieler te bedwingen.
Op het hoogtepunt van de lamlendige verveeldheid besloot ik eens aandachtig te kijken naar een wedstrijd onder de welluidende benaming biathlon. Een aangename impuls was het gegeven dat Eurosport een eigen commentator voor het Nederlandse taalgebied had ingezet. (Alternatief: de ARD of het ZDF, zenden elkaar afwisselend alles van deze sport uit.) Sowieso, waar vind je zo iemand in een land waar deze wat obscure sport slechts door een enkele zonderling wordt beoefend. Dat Eurosport het programmeerde was echter vooral het bewijs dat er kijkers waren, ook om de adverteerders tussendoor tevreden te stellen. (Een nare bijkomstigheid die reclameblokken, ander onderwerp).

Mijn fascinatie was te herleiden naar de vraag: waar zitten we hier naar te kijken? Een sneeuwlandschap waar sporters op twee latten doorheen zoeven, met - hoe curieus - een geweer op de rug.

Biathlon dus. De combinatie skiën en schieten is geniaal. Natuurlijk dwarrelen de gedachten over welke disciplines je nog meer kunt combineren gemakkelijk naar binnen. Tot op het absurdistische, Jiskefet heeft een briljante sketch gemaakt op het cricket dat afgewisseld wordt met een onbegrijpelijk bordspel.

Combinatiesporten verdienen sowieso bewondering, ze testen een veelzijdigheid die de mono-disciplinaire takken niet kunnen waarmaken. Bovenaan staat voor mij de meerkamp in de atletiek (tien- bij mannen, zeven- bij vrouwen). Te zien is hoe sommigen uitblinken bij het ene onderdeel, en bij het andere zwoegend de opdracht afronden.

Biathlon is ontstaan in het leger, soldaten die in noordelijke landen de grenzen dienden te bewaken. De overvloedige sneeuw zorgt er daar voor dat verplaatsing op latten het meest praktisch is. Finland, Noorwegen, Rusland zijn van oudsher landen met een traditie in de sport. Om er een spel, sport of competitie van te maken, dat is zoals zo vaak begonnen als een geintje (zoals rugby ooit ontstond doordat een soort pietje bel een voetbal met de handen oppakte en er hard mee wegholde). Langzamerhand werd dat steeds serieuzer, er ontstonden verenigingen, sportbonden, reglementen, en voor je het weet sta je geprogrammeerd op de Olympische Spelen (biathlon vanaf 1960).

Na de pioniers volgden snel andere landen. Nu hebben met name Duitsland en Frankrijk de sport omarmd.

De populariteit is zowel onder de volgers (waaronder ik dus) als de sporters zelf mede te danken aan die ene combinatie. Zo weet ik van de Noren, die opgroeien met twee latten onder hun benen, zoals wij dat vroeger hadden met twee ijzers, dat een groot aantal talenten op gegeven moment uitgekeken raakt op de monotonie van de langlaufbeweging (zoiets als bij ons de 10 km op de schaats), en die dan de suggestie meekrijgen: probeer eens biathlon. Toeschouwer en sporter verenigen een gezamenlijk belang: behoefte aan variatie en spankracht.

Zoals gezegd is de combinatie schieten-skiën geniaal. Het betreft een afwisseling van harde duurinspanning met geconcentreerde precisie. De hartslag is een essentiële parameter. De controle daarover bepaalt grotendeels of de biatleet goed of slecht presteert. Voor het skiën dient er hard gewerkt te worden op een hoge hartslag, met continue aandacht voor de techniek, en vaak ook tactiek (niet smijten met de krachten). Voor het schieten dient de hartslag tijdig naar beneden gebracht te worden. Als je in het rood zit lukt dat schieten natuurlijk nooit. De pols moet echter ook weer niet te laag komen, want dan schokt het lichaam weer te veel. Balancering en timing van de ademhaling is de ziel van deze sport.

Wat mij vanaf het begin intrigeerde was de vraag waarom een vrouw zich overgaf aan dit vreemde schouwspel. Ik vergeleek ze met bondgirls: heldhaftig, stoer en ook iets bedreigend. De vergelijking met de 007-films gaat zeker op als we ontdekken welke lichamelijke schoonheid vele atletes herbergen, en dat de atletes dit zonder schroom demonstreren. Google maar op Dorothea Wierer, Vitozzi, of andere blikvangers als de Witrussin Domratcheva met haar op en neer zwiepende paardenstaart, en last-but-not-least de aanstekelijk vrolijke Tiril Eckhoff.

Voor de kijker is biathlon de ideale illustratie waarom het verrassingselement de essentiële factor is om iets aantrekkelijk te maken, om te blijven kijken, in plaats van een zensessie in te lassen zoals bij een gemiddelde wielerkoers. Verrassing als contrast van voorspelbaarheid. In biathlon is niets voorspelbaar. En dat wakker-schudden speelt zich vooral af op de schietbaan. Winnende posities verdampen als sneeuw voor de zon. Atleten in verloren posities steken ineens weer de neus aan het venster. Volgen er per misser de strafrondjes, hoe sarrend, die elk gemiddeld zo'n 20 á 25 seconden kosten. Zonder alle regels hier meteen uit te leggen: bij de estafette mogen er drie reservepatronen gebruikt worden om het totaal aantal van vijf schijven naar beneden te krijgen.

De schietbeurten zijn te vergelijken met een stok kaarten dat in de lucht wordt gegooid. Alles verandert in een oogwenk. De 'wat-gebeurt-hier?' sensatie. Onmogelijk om alles bij te houden, wat er zich dan in luttele seconden allemaal afspeelt. Complimenten aan de commentator en ook de regie om ons te voorzien van de belangrijkste wedstrijdinformatie, nog voordat de kruitdampen opgetrokken zijn. De commentator van dienst heet Herbert Cool, en is ex-biatleet, dus ja, ze zijn er wel (geweest), de ervaringsdeskundigen van vaderlandse bodem. Cool beschikt over de aantrekkelijke (en eigenlijk ook noodzakelijke) combinatie van expertise en enthousiasme. De expertise laat zich blijken door de niet ophoudende uitleg over de specifieke moeilijkheden in deze bijzondere sport.


Helaas moet geconstateerd worden dat tegenwoordig ten gevolge van climate change veel pistes met kunst en vliegwerk aangelegd dienen te worden. Dat wil zeggen met kunstsneeuw of sneeuw uit een silo van vorig jaar. Witte lopers door een groen lenteachtig decor. Beetje nep ja.

Maar desondanks, de ontdekking van deze sport was voor mij de reddingsboei om de winterdepressie weg te duwen. Dank!


Net zoals bij de meerkamp zijn er in de biathlon de specialisten. Als ik me tot de vrouwen mag beperken: de Italiaanse diva's Wierer en Vitozzi excelleren vooral met het geweer. Wierer kan zelfs demarreren met haar ongelooflijke schietsnelheid, het lijkt een mitrailleur zonder ademhaling. Vitozzi doet alles met een ongelooflijke elegantie, zelfs het wisselen van de patronen (tijdens de estafette proef) gaat zo sierlijk, dat je denkt dat ze bezig is met een 'walk in the park'.

Bij het Tiril Eckhoff is het andersom, op de loipe is ze bijna niet bij te houden, aangekomen bij de schietproef verknalt ze het dan weer vaak, de noest opgebouwde voorsprong weggegooid voor de ogen van evenzo bibberende fans, met dichtgeknepen billen, net als bij mij. Tot afgelopen seizoen moet gezegd worden. Het bewijs dat training, volharding, rijping vaak de basis vormen van succes. En dat schieten niet zomaar een kermisspelletje is.

 

Onder het motto 'als je houdt van de Rolling Stones, dan wil je ze ook graag live zien', besloot ik vorig jaar de koe bij de horens te vatten, en een ticket voor een WorldCup van de IBU (International Biathlon Union) te boeken. De dichtstbijzijnde locatie: Oberhof, in het Duitse Thüringerwald. Het moment dat je de piste nadert, glibberend, glijdend en struikelend over verscholen stronken dwars door de bossen, en je ziet dan ineens voor je neus Lisa Vitozzi opduiken tijdens haar 'warming up', is met geen pen te beschrijven. Dat ga ik hier dan ook niet doen.

 

En toen kwam er een nieuwe huisgenoot. Ik druk het sekse-neutraal uit. Tot voor kort selecteerde ik mannetjes, en noemde ze naar excentrieke legendarische aansprekende wielrenners, die overleden waren. Niet uit een bepaald soort reïncarnatie-overtuiging, maar omdat ik idolisering van de levenden te pathetisch vind. Met de keuze voor Fausto (Coppi) en Charly (Gaul) bracht ik hommage aan twee helden die ons ontvallen zijn, ook nog op een te jonge leeftijd.

Nu dan, ditmaal wilde ik op de verrassing spelen. Als eerbetoon aan die ene sport, die mij preventief beschermde tegen een mogelijke winterdepressie. (Ik moet bekennen dat ik nu weer momenten heb dat ik verlang naar dat seizoen.) Plus dus het vrouwelijk smaldeel, met als exponent dat vrolijke meisje uit Oslo, die als grote hobby het breien heeft, en daarop aansluitend een eigen Noorse trui-lijn beheert. Waarover later meer, in een volgende update.


Het beestje moet een naam hebben, en heet dus Tiril.
Einde verhaal.

 

Naschrift: bij de eerste check-up bij de dierendokter wordt er iets belangwekkends geconstateerd bij Tiril: een piemeltje. Vrouwtje, mannetje, hoe belangrijk is het? De echte Tiril zou er schaterend om moeten lachen. (Ik zou het haar kunnen melden, maar wat als je bedenkt dat half Noorwegen haar volgt op de sociale media.)
Girls will be boys, and boys will be girls. It's a mixed up, muddled up, shook up world.

 

Juni 2020