Brothers in arms

Sjarel Hansen was opgegroeid in een probleemwijk. Allicht was ie ook een probleemkind. Wat voor problemen dan, zal men zich afvragen. Om zich in te dekken verwees hij altijd naar zijn broertje Michel, Miesj voor intimi (Michel H. in de media). Die was pas echt voor galg en rad opgegroeid. Stal reeds een appel bij de groenteboer toen hij net mee mocht met hun moeder. Die liet dat oogluikend toe. Dacht dat ze met zo'n gedrag de eindjes ook beter aan elkaar kon knopen.


Hun vader? Uit beeld. Weer dat klassieke plaatje, aan de drank, sloeg hun moeder om de haverklap. Als ze weer niet deed wat hij wilde, of als ze iets deed wat hem niet zinde. Een eigen mening uiten bijvoorbeeld.


Op een gegeven avond was de maat vol.
"Jij sloerie, zelfs in bed ben je niets meer waard", schalde het door de huiskamer, terwijl Sjarel boven in beslag was genomen door algebrasommen. Broertje Miesj lag te huilen in bed, het kussen gebruikend om zich zo veel mogelijk af te sluiten.


Moeder reageerde: "Schoft, je komt net van de hoeren, ik ruik het".
De klappen die daarna volgden klonken als executieschoten van een vuurpeloton. Sjarel hoorde zijn moeder naar boven rennen. "Kom kom, vlug vlug, weg hier".


Hun moeder nam hen mee naar een zus van haar. Een even onverzorgd type, piekerig haar, wallen onder de ogen, rook die voortdurend om haar heen dwarrelde, mondhoeken die op 10 voor half 9 stonden. Ze woonde alleen, dus plek zat.


Binnen een week was het geregeld, via de Raad voor Kinderbescherming. Vader uit huis gezet, en de rest met z'n drietjes verder. Voor de moeder brak toen pas een lijdensweg aan. Arbeidsongeschikt verklaard, wegens wanen, met nog meer wanhoop tot gevolg. Ze struikelde over de lege flessen als ze het bed opzocht. De troep in huis nodigde uit tot bodemonderzoek, om de geschiedenis van deze gezinssaga te kunnen achterhalen. Het voelde alsof ze wegdreef op een vlot in de oceaan. Af en toe wilde ze terug aan land, dan peddelde ze driftig met haar doorrookte handen, omdat ze daar op het strand een man zag staan die haar kon beschermen, bij wie ze kon schuilen.


Gelatenheid daalde neer in lagen van aangekoekte etensresten in de braadpan. De zorgen voor haar kroost bleven haar kwellen.


Op advies van de Raad werd er door een gezinstherapeut gewerkt aan stabiliteit. De samenstelling leek een driehoeksrelatie, maar dan wel een ongelijkbenige, waarin de ene hoeksteen meer moest dragen dan de ander. Sjarel vervulde de rol van anker voor de op drift rakende sloep.


Miesj had zich inmiddels al getooid met een tattoo-sleeve over de gehele rechterarm. Op de sportschool verkreeg zijn torso Bokito-achtige proporties. Geheel naar de smaak van de lokale onderkoning Osman, bij wie hij aanklopte voor obscure klusjes.


Op een dag werd Miesj gesnapt terwijl hij - met de duivel op zijn hielen - over de E25 terugscheurde. Het pakketje afgeleverd in Visé, einde oefening. Hij kwam er vanaf met een voorwaardelijke straf.
Hun moeder wentelde zich als een krolse kat in verdriet en machteloosheid.


Sjarel had inmiddels de status van volwassenheid bereikt. Voor de therapeut het moment om Miesj in samenspraak met hun moeder onder voogdij van zijn broer te plaatsen.


Sjarel bezag zijn jongere broer wat neerbuigend, iemand die zich uitleende voor dergelijk schamele kost. Hijzelf had dan toch maar een MAVO-diploma op zak. Miesj was en bleef echter zijn broertje, broederliefde voor dat ventje, of met respect: vent.


Toen zijn moeder hem dan ook aankeek met doorweekte ogen, was het voor Sjarel duidelijk. 'Als de vent weer gepakt wordt', dacht hij, 'zal ze me dat nooit vergeven.'

Marc Peeters
Augustus 2017