Het verhaal dat niet geschreven wil worden

Door de hoge ramen valt het licht van de herfstzon naar binnen. Via een tunnel waarin het stof zichtbaar dwarrelt worden de tafels met stapels papier beschenen. De boekenkast tegen de muur is opvallend systematisch gevuld. Max vermoedt dat de boeken naar auteur zijn geordend. Gekraak op het parket kondigt de koffie aan.
"Dank je Edith", zegt Jansen, en hij blaast een nieuwe kringel rook de lucht in.
Max houdt niet van die zware sigarillos, en hij buigt zijn gezicht wat weg.
Links aan de muur hangen foto's. Op eentje herkent hij een bekende schrijver. Hij staat er wat bedeesd bij, ruimschoots gecompenseerd door de breed grijnzende Jansen ernaast. Gezamenlijk houden ze een oorkonde vast.
"Max, ik heb veel vertrouwen in jou", en weer ontsnapt er een kringel.
Automatisch zakt Max wat in, alsof hij dekking zoekt voor wat gaat komen.
"Maar je productie, die valt me tegen."
Die termen, denkt Max, alsof ik een productiefactor ben. "Hoe bedoel je?"
"Waar blijft dat verhaal Max?"
Max zucht wat. "Ik heb het in concept-vorm, maar het fijnslijpen kost me tijd."
"Smoesje Max", en Jansen staat op, hij loopt richting de boekenkast. "Hier had jij allang tussen kunnen staan." Hij draait zich om. Max durft niet te kijken. "Ik heb je zelfs een plek hierboven aangeboden. Rosenbooms kamer is vrij."
"Een voorrecht, in zijn voetsporen."
"Geen geintjes, ik wil volgende week hier een tekst hebben, en anders …" Jansen maakt het gebaar waarbij duim en wijsvinger tegen elkaar aan de ene hand stil blijft hangen en aan de andere kant schuin naar zich toe schuift.
Max kijkt naar de foto links aan de muur, meer en meer lijkt Jansen zijn tanden te ontbloten.

Buiten sjokt Max langs de gracht naar huis. Hij grist zijn telefoon uit de jaszak, en terwijl hij zich door de strakke wind heen duwt, spreekt hij: "Hé Albert, even wat wegtikken in De Maleier. Zie ik je zo?"
Daar aangekomen, roept Max meteen naar de barman: "Twee vaasjes Sjakie".
Sjakie zet de kraan open. "Schrijverke! Ik smacht naar goede literatuur."
Max zet zijn glimlach op de meest vriendelijke stand. "Je meent het. Komt goed Sjakie, even geduld a.u.b."
Als Max net een teug neemt, voelt ie een klap op zijn schouder: "Hoe was je gesprek, grootschrijver!"
"Knudde Albert, ik produceer te weinig".
Albert schudt zijn hoofd. "Jij, jij schrijft als een mitrailleur. Hoe komt dat?"
"Kweenie, het verhaal wil niet geschreven worden."
"Doe niet zo gek man, stel je niet aan."
"Echt Albert, ik pieker me suf."
"Je hebt een writersblock. Doe dan de oefeningen van onze goede vriend Wim van Boxtel."
"Nee nee, dat is het niet. Het verhaal is er wel. Het zit hier boven." En Max wijst naar zijn hoofd. "Ik krijg het alleen niet geopend." Hij neemt een stevige slok. "Lijkt wel een kind dat niet mee wil werken."
"Ah, een puberverhaal."
"Nee joh, eerder een kar die in de vette modderbrij blijft steken."
"Moet ik duwen?" Albert geeft een stevige por. Max kukelt bijna van zijn kruk.
"Schei uit, man. Tis veel erger. Het lijkt alsof het verhaal bonkt om mijn hersenpan te verlaten. Het mist de sleutel." Max steekt twee vingers omhoog richting Sjakie.
"En die uitgever, hoe heet-ie ook alweer, ik zag 'm laatst nog op een festival, wat een ijdeltuit."
Max snuift wat. "Die sigaren-paffer ja. Weet je, hij heeft me wel geholpen met mijn debuut. Maar ja, die tweede, altijd de moeilijkste hè."
Max buigt naar Albert, en spreekt op fluistertoon alsof er misschien een spion mee zou kunnen luisteren. "Weet je Appie, dat is het vervelendste van alles, het verhaal is er wel, maar het laat zich niet vertonen, het verstopt zich, in een kelderkast. Totdat iemand het later wel ontdekt, en er mee aan de haal gaat. En denk je dat dat verhaal dan eerlijk zegt door wie ie geconcipieerd is? Ho maar. Opportunisten zijn het, die verhalen, ze springen gewoon achterop bij wie ze maar willen, het liefst een vrouw natuurlijk. Die verkopen beter."
"Ik heb het!," roept Albert, "je laat je ombouwen."
"Haha. En dan heet ik Maxima zeker."
"Luister Albert, die verhalen, verwende nesten dat zijn het. Ze liggen daar maar te dobberen in een zonovergoten zwembad op een luchtbed, met een cocktail in de hand. En aan de rand van het water staat er dan zo'n butler met een dienblad te roepen: 'telefoon voor meneer Verhaal'. Maar meneer geeft geen kik, tenzij er natuurlijk een verleider aan de lijn hangt, die hem veel roem bezorgt."
"En die butler, dat ben jij", tikt Albert zijn glas tegen dat van Max: "doe mij er dan nog zo een butler!".
"Pfft, ik weet het niet", ondertussen wenkend: Sjakie nog twee, ennuh, hoeveel krijg je?" Max schuift 'm wat geld toe.
Terwijl Sjakie twee vaasjes neerzet buigt de kafeebaas zich een tikkeltje samenzweerderig over de bar. "Max, weet je wat ik gedaan heb?"
"Hmm wat?", terwijl Max het wisselgeld terugschuift.
"Ik heb jullie dialoog gevolgd." Sjakie tuit zijn lippen, iets van lof kondigt zich aan. "Een schitterend verhaal hoor, beste schrijverkes, voor zover ik daar dan kijk op heb hè."
Max kijkt Albert met gefronste wenkbrauwen aan.

Marc Peeters
November 2017