MijnVerstand (misverstand)

Laatst had ik een droom, kennelijk niets anders te doen. Ik dook in mijn brein, in de vaste veronderstelling dat ik de zowel geestelijke als fysieke eigenaar van dit orgaan ben. Dus wie doet me wat? Zoals je tegenwoordig als lid van welke digitale gemeenschap ook beschikt over toegang tot je eigen geprivatiseerde domeintje van de vele sferen in de samenleving, virtueel weliswaar. MijnOverheid, MijnVGZ, MijnZiggo, MijnUWV, MijnOV-chip, MijnCWZ, etc het houdt niet op, alles wordt online verbezittelijkt. Maar MijnVerstand, hoe zit dat in elkaar? Van jongs af aan was mij de opdracht 'gebruik toch je verstand' ingepeperd. Maar waar zat dat dan? Je kunt het pas gebruiken als je weet waar je moet grijpen. Dus dook ik in mijn brein. Ik opende een deurtje, en raad eens wat ik aantrof. Ik had er rekening mee gehouden dat een vuurwerk aan elektroden, neuronen, en andere elektronische bliksem zich voor mijn ogen zou ontvouwen. Lampjes die aan en uit gaan, kortsluitingen die flitsen van inzicht geven. Wat schetst echter mijn verbazing dat het een toegankelijk gebied betrof. Labyrintisch jazeker dat wel, denk niet dat je er naambordjes zult aantreffen, of dat je een plattegrond krijgt overhandigd. Maar je kon er doorheen wandelen, op je gemak, noem het pierewaaien. Ook al hoorde ik voortdurend dat dreigende gegrom van een machinekamer. Hetgeen er wel voor zorgde dat ik op mijn hoede was, veronderstellend dat er vanachter elke hoek een valse hond tevoorschijn kon springen.


Ik keek natuurlijk mijn ogen uit. Het knetterde links en rechts, soms in de verte, de flits was er eerder dan het geluid, en dat ervoer ik dan weer als zeer vertrouwd. Wat ik onderschat had was de smurrie waar ik doorheen moest banjeren. Kaplaarzen zouden handig zijn geweest. Gelukkig kon ik me links en rechts vastgrijpen, aan de kabels die er hingen, anders was ik verzonken in het peinzend moeras, waaruit bellen opborrelden, dampend en stomend, vol verrassingen in het verschiet. Op mijn reis kwam ik van alles tegen. Ik passeerde het korte-termijn geheugen, en was ik verrast door hoe snel alles daar, terwijl ik me stond te vergapen weer verdween. Het lange-termijn geheugen lag ietsje verder weg, omgeven met iets meer kalmte, dat wil zeggen met minder grommende achtergeluiden. Om binnen te komen moest ik een bruggetje vormgegeven als een koppig dier over. Met mijn vingertoppen streelde ik al het tentoongestelde. Het mocht me dan wel eens in de steek laten, of zich eigenzinnig op een vreemde plek neervlijen, of een enkele keer opgefrist dienen te worden, ik koesterde het. Zonder verleden geen heden. Ik liep weer verder, petzl op mijn voorhoofd, echter niet nadat ik mijn indrukken had achtergelaten. Op het uiteinde van een tong, die in de hoek uit de muur stak, zo eentje als het logo van de Rolling Stones.


Via een smoezelig zijstraatje kwam ik bij een ruimte afgeschermd door donker velours gordijnen. Ik duwde ze opzij en voelde meteen het schaamrood op mijn kaken gloeien. Binnen waren al mijn gênes uitgestald in vitrines. Ik ga niet zeggen wat ik daar aantrof.


Ik banjerde door, door de zompige kwabben, ik zette stappen door al wat ik bedacht had. Bedenksels, waar of onwaar, realiteit of fictie, fantasie ook. Ik kwam bij het archief, daar waren alle verstandige besluiten uit het verleden opgeslagen. Op een kast hing de tekst: 'het verstand komt met de jaren'.


Ik kwam in een kamer waarin het een drukte van jewelste was. Er liepen kaboutertjes heen en weer, links en rechts probeerden ze met elkaar in contact te komen. Op hun voorhoofdje waren rimpels gegrift als kabbelende golfjes op zee. Een enkeling zag ik driftig tegen zijn hoofdje slaan of een vreugdesprongetje maken, yes! Mijn ogen werden acuut opengetrokken, als een maximaal verlichtende zon. Ik liep terug en zag naast de deur het bordje 'logica' hangen. Ik voelde me fris in het hoofd, niks klamme handen, niks kloppend hart.


[Lezer, zeg nu zelf, ben ik, de schrijver, verstandig bezig? Of zeg je: gebruik je verstand. Welnu lezer, ik zal je eerlijk zeggen: als ik schrijf gebruik ik niet mijn verstand, maar mijn intuïtie, instinct, of geef het een naam, mijn hart voor mijn part.]


Ik vervolgde mijn danteske reis, op zoek naar weet ik wat, en vooral naar hoe dat tot stand is gekomen. Als ik de trappen opklom voelde ik de zon lachend op mijn rug schijnen, daalde ik diezelfde weg af dan huilde de hemel, als een Grieks koor dat mij begeleidde op weg naar verstandelijke misstappen.
Kronkelige paden waren het, door een 'urban jungle' langs rekenkamers, processoren en harde schijf. Beduusd schuifelde ik verder. Was ik dit? Mijn brein? Waar was het moederbord, zij die mij het leven schonk, de genetische oorsprong van mijn talenten?


Net toen ik op zoek ging naar de naaimachineolie om dit piepende raderwerk weer op gang te brengen schrok ik wakker en besloot ik om mij met dit verhaal bij schrijfclub Schrijverkes te melden. Daar bleek al snel dat ik het mis had. De opdracht luidde niet 'verstand', maar 'misverstand'. Oops, een misverstand.


[Ja lezer, het leven één grote misvatting.]


Maar wat ze er ook van mogen denken, mijn medeschrijvers, mijn lezers vooral, bedenk dit: geen misverstand, dit is mijn verhaal, ontsproten aan mijn brein, echter zetelend in mijn hart.

 

Marc Peeters
Februari 2018