Rituelen en de liefde

 

Ik haat 'social talk'.
De ruimte is sober aangekleed. Aan de muur hangt de bekende reproductie van Munch. Een bureau schuin in de hoek. Er zou een secretaresse plaats kunnen nemen om het verslag uit te tikken. De luxaflex op dicht. Centraal een salontafel, waarop een doosje kleenex. Daaromheen drie stoelen, in de verhouding van het trio wieken van een windturbine, nu echter stilstaand, als het ware vergrendeld in de luwte.
Tijdens ons binnenkomen zei de vrouw iets: "zo, dat is alweer een tijdje geleden hè". Dat soort zinnetjes probeer ik altijd zo snel mogelijk weer te vergeten. "Ga zitten", vervolgde ze, met een handgebaar dat haar welwillendheid diende te onderstrepen.
"Ik heb hier nog dampende thee, zeker nog warm, kan ik jullie daar blij mee maken?" Trucjes om de ander op zijn gemak te stellen. "Ik kan anders ook koffie halen, maar dan wel uit de automaat."
"Doe mij maar koffie, zwart met een beetje suiker", zeg ik snel, voordat er iets over de kwaliteit wordt gezegd. Massagetaal.
"En jij Wende?"
"Thee graag." Wende kijkt haar niet aan. Dat begrijp ik dan ook wel weer.

Wende heeft datzelfde kleurige sjaaltje om haar nek, dat ze droeg tijdens het weekje Ameland, maar toen had ze nog wel krulhaartjes. Die rode lippenstift staat me tegen. Schiet me de oneliner 'You better make up your mind, instead of mind about your make up' te binnen. Het binnenpretje is voor mezelf.
"Van Wende begreep ik dat het niet zo goed gaat tussen jullie beiden", begint de vrouw. "Zie jij dat ook zo?" Ik was er nog niet klaar voor, omdat ik echter voel dat ze me aankijkt moet ik toch iets zeggen.
"Ja, er zijn wat dingetjes ja."
"Goed, Wende, kun je wat voorbeelden geven, zaken waar jij merkt dat het stroef gaat." Valt mij op dat ze er geen vraag van maakt. Ondertussen blijft ze maar glimlachen.
"Als ik 's ochtends het ontbijt klaar heb gemaakt, zit meneer alleen maar met zijn snufferd in die krant." Wende kijkt mijn kant op, dat stoort me, iedere hier aanwezige weet dat het over mij gaat.
De vrouw humt wat, ter aanmoediging. Nog zo'n therapeuten-trucje.
"Ik wil graag praten", vervolgt ze.
"Wat valt er te bespreken dan? De dag is pas net begonnen". Ik probeer een vriendelijke stem te hanteren, maar besef meteen dat zo'n poging ten dode is opgeschreven.
Ik mag het initiatief nu niet uit handen geven, en praat dus verder.
"De Volkskrant is mijn lijfblad ja, is dat zo raar? Ik geniet van de bespiegelingen van Wagendorp, ik lach om Sylvia Witteman, en ik wil weten wat er in de wereld gebeurt". Bij dat laatste richt ik me tot haar, dat moet ze merken.
"Ik lees de krant ook als eerbetoon aan mijn vader. Hij had graag gewild dat ik journalist werd."
"Zal wel."
Ik kijk de vrouw aan, met een blik van 'zie je nou wel, geen land mee te bezeilen'.
De vrouw knikt een paar keer, knijpt haar ogen een beetje dicht, als wil ze kort nadenken.
Dan zegt ze: "heb je nog andere voorbeelden of situaties, die je storen".
"Voor meneer komt de krant, de sport, zijn boeken, allemaal op de eerste plaats, en dan pas ik. Laat staan, dat ie zich nog voor de kinderen interesseert".
"Zijn jouw kinderen", werp ik tegen.
De stilte die valt kan ik niet verdragen.
"Ik leef om me te onderscheiden. Kleurloze doorsnee-types schieten we niks mee op. Dat leer ik nu juist uit de literatuur, of zoals Wende dat noemt: 'boeken'".
En dan nog een tandje erbij: "Wat ik niet wil is dedain." Ik snuif nog eens diep.
"Kun je dat toelichten?"
"Dedain voor mijn gebruiken, of zo je wilt rituelen. Dedain grenst voor mij aan gevoelens van superioriteit, hetgeen parallel loopt met neerbuigendheid."
Zou ik Wende durven aankijken? Liever kijk ik naar de punten van mijn ongepoetste schoenen. Zij draagt elegante enkellaarsjes, zie ik veilig uit mijn ooghoek.
"Ga door", nu zonder gehum.
"Superioriteit leidt tot ongelijkheid, tot disrespect. Moeten we niet hebben, in onze samenleving."
Nu kijkt Wende me aan, checkt of ik het ben die dit zegt. Verdere reactie blijft echter uit.
De vrouw maakt een aantekening op haar blocnote. Haar trendy bril zakt naar het puntje van haar neus. "Je kunt in het algemeen stellen dat geen mens hetzelfde als de ander is. Dat is tegelijkertijd zowel de charme als de uitdaging van het leven".
'Tegeltjeswijsheden', denk ik. En toch ben ik geboeid door haar vervolg.
"Ieder mens heeft zo zijn vastigheden, zijn routines, of noem het inderdaad rituelen. Ook voor jou". Weet ze nu weer niet hoe ik heet?
"Rituelen ja. Ieder mens heeft ze . Het zijn routines om je leven houvast te geven. Bakens die regelmaat geven."
Nu ben ik degene die humt.
De therapeute kijkt me aan alsof ze zich betrapt voelt.
"Van belang is dus dat de ander dat erkent. Een stukje herkenning zeg maar. Je moet het een plekje geven."
Pauze, ze checkt of het is aangekomen.
"Ook jij hebt rituelen Wende."
"Ja precies!", alsof ik een kans voor een open doel krijg.
"Voor jou gaat de wereld niet verder dan die Luizige Moeder, en Boer Zoekt Vrouw."
Wende schudt haar hoofd.
"Wie hangt er elke dag uren aan de telefoon, met haar hartsvriendin, of met je moeder. En waar gaat het over? Ik wil het niet weten." Punt gemaakt.
"Wat bazel je nou toch man."
Ik doe er nog een schepje bovenop. "Of dat jij om de twee weken bij Kapper Kuif zit. Is dat niet raar? En al die suffige programma's als Holland Bakt, of dat domme kletsprogramma De Wereld Draait Maar Door."
"Had jij het zojuist over dedain?"
Ik buig het hoofd, ootmoedig: "touché".
De vrouw steekt haar hand op. Duidelijk dat ze wil dat ik er even het zwijgen toe doe.
Ik blaas wat, komt dit nog goed? Ik kijk de vrouw aan, is zij onze reddingsboei? Beter is het nu om me even koest te houden. Als een laffe hond duik ik weg in mijn mand.
"Dialoog is belangrijk. Zeker als je proeft dat de ander je niet begrijpt." Ze formuleert bedachtzaam, afgewisseld met stiltes. Ongetwijfeld geleerd tijdens de opleiding.
"Dialoog draagt bij aan een stukje herkenning."
Stukje dit, stukje dat, ik word er moe van.
"Horen jullie dat herkenning lijkt op erkenning?"
Omdat het zo hoort, knik ik ter bevestiging.
"Is dat wat je zoekt?"
Ik richt me op, zoals een schoonspringer die de aanloop neemt voor de sprong van zijn leven. Maar er komt niet meer uit dan "ik weet het niet", kennelijk is er sprake van angst voor het diepe.
De therapeute zegt 'juist'. Waarbij mij niet duidelijk is of ze dit zegt omdat ze het met me eens is, of dat het een stopwoordje betreft om even op adem te komen.
"Wende wat stoort je nog meer?"
Moet ik die gifbeker dan nog verder leegdrinken?
"Het weekend zegt hem ook niks, terwijl we dan vaak de leuke sociale uitjes kunnen doen".
Ik reageer als door een wesp gestoken.
"Rituelen, ik heb jou dat vaker gezegd, de wereld barst ervan. Wat dacht je van het weekend. Wie heeft dat bedacht? Kerk en kapitaal. Je hoeft er echt niet aan mee te doen hoor."
"Je bent een egoïst."
Ik hoofdschuddend. "Ieder mens laat zich leiden door eigenbelang. Doe nou niet zo naïef".
De bal ligt bij Wende. Ik hoor haar worstelen met die bal. Hoe kan ze 'm het best raken, of gaat ze voor balbezit.
Ik zak weg, in gedachten. Ik knikkebol wat, om mezelf in trance te wiegen. De stem van de therapeute verdwijnt in een sloom tempo. Ik voel me onder water zakken. Dóór de waterspiegel zie ik haar druk gebarend op het strand staan. Wende staat er stokstijf naast. Ik roep wat: 'ik wil alleen maar liefde'. Driftig probeer ik richting strand te crawlen. Onduidelijk of ik nat ben van het zeewater of mijn eigen verdriet.

"Hoor je mij?" Ze buigt zich voorover.
"Goed, het uur zit er ook zo'n beetje op. Voor de volgende keer wil ik dat elk van jullie opschrijft wat je waardeert in de ander. Je mag daarbij teruggrijpen op jullie beginperiode. Niet teveel. En je mag het natuurlijk met elkaar bespreken. OK?"
Ze kijkt ons aan, één voor één met onderbreking, en met een smile die suggereert dat zíj het voor mekaar heeft.

De lucht in de ruimte voelt stil en zwaar aan. De lucht uitgeput van het gepraat, het gesnik, het indringerige, het geploeter.
"Tis ok", terwijl ik opsta en daarbij Wende aankijk: 'zullen we?'.

's Nachts schrik ik wakker. Meteen zit ik rechtop in bed. Beide handen tegen mijn oren gedrukt, de mond wagenwijd opengesperd. Wende kijkt me aan, en vraagt: "wat is er aan de hand?" Ik slik even en leg het dan uit op een toon, die veronderstelt dat ik het zelf nog niet besef. "Ik droomde dat ik op de wiek van zo'n windturbine was vastgebonden. Opeens stak er een storm op, en begon ik woest rond te draaien. Jij stond beneden te kijken, en kreeg een klap van de molenwiek."
Ik draai me naar haar toe: "Ik vind het heel erg Wende."

Marc Peeters
Maart 2018