De straat nader beschouwd

 

Martin swipet over zijn iPhone. "Kijk hier, wat ik vandaag gezien heb."
"Wacht even, even het vuur wat lager zetten." Tiril veegt haar handen af aan het schort en loopt naar de keukentafel, waar Martin aandachtig foto's op zijn smartphone bekijkt.
"Als je alleen een plattegrond neemt, zie je nooit de verschillen", Martin kijkt haar nauwelijks aan. "Wist je bijvoorbeeld dat 40% van de straten in Nederland geen bomen heeft?"
"Uh, nee. Maar wat wil je daarmee zeggen? Dat Nederland groener is dan welk land ook in Afrika? Boeie."
Martin zet zijn mondhoeken in de glimlachstand: "mijn onderzoek gaat alleen over Nederland, schat."
Tiril staat alweer te roeren in de pan.
"Ik probeer mensen te verrassen, soms met iets dat niemand weet, soms met iets vanzelfsprekends."
Tiril haalt haar schouders op. "Geef eens een voorbeeld."
"Wist jij hoeveel woorden er zijn voor zoiets als een straat?" Martin wacht haar antwoord niet af. "Straat, weg, gas, steeg, pad, laan, dreef, plaats, hof…, en soms zelfs plein, terwijl er niks van een plein is". Tiril humt wat.
"De naam zegt meer over het verleden, over hoe het ooit begonnen is." Hij kijkt richting Tiril alsof hij een visioen ziet, hij kijkt derhalve langs of zelfs door haar heen.
Tiril werpt haar blonde paardenstaart naar achter. Hooghartig of wil ze slechts de peper uit het rekje grijpen?
"Wist je dat bewoners in een straat met lage huizen heel anders doen dan wanneer ze in flats of zo wonen."
"Opzienbarend zeg. Martin hou toch op met die onzin"
Martin doet alsof ie haar niet hoort. "Ik ben een typologie op het spoor. Je hebt smalle en je hebt brede straten. Daarnaast heb je sociale en minder sociale mensen. Als je dat in een kwadrant stopt krijg je vier types. Hier, ik kan het je uittekenen."
Als Martin merkt dat Tiril meer aandacht voor het fornuis heeft, vraagt ie:
"Waar is Dorothea?"
"Die ligt al in bed."

*
Martin roert in zijn koffiebekertje, naar het schijnt werktuiglijk. Wie hem kent weet echter dat zijn bewegingen zijn zenuwen verraden. Zijn neusvleugels trillen wat .
"Zeer interessant", zegt professor Hönig. "Dit behelst hoogst belangwekkende materie."
Hönig staat op, en gaat voor het raam staan, met de rug naar Martin. Martin is inmiddels gewend aan de embonpoint van zijn promotor. Een buik die kan wedijveren met die van Umberto Eco of Luciano Pavarotti. Hönig kijkt uit over de Maas, tien hoog, in de verte ligt het Feyenoord-stadion. Zijn colbertje is te kort, te heet gestoomd, verouderd, zijn eega weg?
"Wist je Martin", zonder zich om te draaien, plukkend aan zijn baard, "dat de beste onderzoeken betrekking hebben op de relatie structuur cultuur?"
"Hoe bedoelt U meneer Hönig?"
"Zeg nou Gerald verdorie", en hij draait zich om, "jij hebt goud in handen Martin. Nog nooit heeft iemand bekeken wat dat doet, het soort straat waar je in woont, op het gedrag, hoe men zich daarbij voelt, hoe iemand reageert. Machtig interessant." En hij draait zich weer om, turend in de verte.
Martin moet zowaar glimlachen, was het misschien om de Beierse tongval die ook na de alweer lange aanstelling hier op de Erasmus nog steeds met zijn promotor meedeinde?
"Maak een voorstel voor een paper". Hij schuift een glossy folder naar Martin. "Hier, voor een congres in Canberra." Gaan we komende winter, hun zomer, naartoe. Ok?"
"Ja ja, ik heb veel te doen." Martin zucht wat. "En onze jongste slaapt nog niet goed."
"Komt goed. Stuur me een opzetje binnen week. Ik moet weg, decanenoverleg."
Hönig knipt zijn aktetas dicht. Martin stelt zich voor dat zo ook een haai klinkt die zijn bek dichtklapt, om prompt daarna te genieten van zijn hapje.
"By the way Martin", terwijl hij overjas en hoed van de kapstok grijpt, "vergeet niet te letten op de invloed van de bestrating. Het gaat niet alleen om asfalt weet je. Klinkers bijvoorbeeld, of tegels, of wat dacht je van een woonerf. Vroeger was alles zand, stel je eens voor. Lees de studie van Schempp. Succes Martin."

*
"Vandaag was ik in Almere." Martin zet de borden op het aanrecht, terwijl hij met een tandenstoker in de weer is.
"Hoe ze daar wijken en straten hebben geconstrueerd, heel bijzonder."
"Ik wil er nog niet begraven worden", zegt Tiril.
"Het gaat mij er om welke visie er achterzit, welke straatvisie."
"Ooh ja."
Martin vervolgt onverdroten. "Nu na zoveel jaar Almere, kan ik peilen wat er veranderd is met de bewoners."
Tiril draait zich om. "Luister Martin, weet jij dat er hier nóg een bewoner is, en dan heb ik het niet over mij. Of die last heeft van onze straat, interesseert mij geen zier. Wie doet Doro in bed?"
Martin fronst de wenkbrauwen. Hij prutst nog wat met zijn stoker en probeert wat woorden uit zijn mond te pulken. Er verschijnen tekstballonnetjes in zijn bewustzijn waarvan de meeste meteen worden doorgeprikt.
"Luister nou, ik kan hiermee scoren. En je kunt mee naar Canberra."
"Ik, dat pokke eind vliegen? En wat denk je van onze dochter. Waar laat je die?"
"Jouw moeder vindt dat wel leuk, toch?"
"Jij bent zó gemakzuchtig! Altijd eerst je eigen straatje schoonvegen, wat vind je daarvan? Wat dacht je van de spullen die nog naar de milieustraat moeten? Of zit dat type straat niet in je design?"
Martin herkent haar schalkse blik, de blik die hem indertijd deed smelten.

 

Als Martin weer beneden is, hoort hij U2 op de achtergrond zingen over de 'Streets with no name'. Hij neemt plaats naast Tiril op de bank.
Zonder Martin aan te kijken zegt zij: "ken je die oefening op cursussen Teambuilding waarbij je je blindelings achterover laat vallen. Dat doe ik nu!" En prompt valt ze languit achterover bovenop Martin. Haar haar hangt los nu, en verspreidt zich als een voile over Martins gezicht. Het voelt voor hem alsof hij onderwater gaat door een plas vol wier en slierten groen.
"Kom je zo meteen in mijn straatje?", en ze neuriet even zachtjes mee met Bono. Tiril zit weer rechtop en kijkt hem aan. Weer die schalkse blik. "Als jij je de bareel maar omhoog steekt".

*
"Hoe is het gegaan Martin, vandaag".
Tiril staat met haar nek 90? gedraaid voor de kast met DVD's. "Wat vind je van La Strada, voor straks?"
Martin reageert niet. Hij zit aan de keukentafel, en speelt wat verveeld met de A4-tjes voor zijn neus.
"Martin, zeg eens wat." Tiril met de handen in de zij.
"Mmm?"
Tiril neemt plaats tegenover Martin. "Ik ken jou, er is iets".
Martin kijkt naar de vellen voor zijn neus als een konijn dat verblind is door de koplampen. "Het kan weg."
"Wat?"
"Weet je wat ik vandaag hoorde?" Zijn stem even scherp en hoekig als de vier uiteindes van het papier.
"Nee?"
"Er is een straat hier in Nijmegen waar bewoners zélf de inrichting gaan veranderen."
"Hoe dan?"
"Boomspiegels, zegt je dat wat? Dat is het vak rond de bomen."
"Wat verandert er dan?"
"Ze gaan daar meer groen van maken, met plantenvakken."
"Nou geweldig toch, mensen zouden vaker eens zelf de handen uit de mouwen moeten steken."
Weer die blik bij Martin die een visioen ziet. "Dit is heel erg."
"Wat is dat met dat papier daar?"
"Canberra gaat niet door", Martin kijkt strak voor zich uit, en begint haast ceremonieel de A4-tjes één-voor-één door midden te scheuren.
"Martin doe niet zo gek. Ik zou toch meegaan?"
"Die straat, dat is de nagel aan mijn doodskist. Ons onderzoek, dit paper", terwijl hij de snippers als confetti over de tafel laat dwarrelen, "was gebaseerd op de stelling dat het gedrag van mensen wordt bepaald door de structuur van de straat. Deze straat, deze straat", Martin zet zijn gebit in de uitverkoop, "die haalt alles onderuit.
"Martin toch, jij zit teveel in je stramien. Welke straat is het dan?"
"Paulus Potterstraat."

 

De fietsgek van de Paulus Potterstraat

 

 

"Och die ken ik, is dat niet in Nijmegen-Oost? Daar wonen allerlei bijzondere mensen."
"Hoe bedoel je?" Martin kijkt haar verstoord als alsof zij een commissielid is die zijn manuscript durft onderuit te halen.
"Je hebt daar die fietsgek. Je hebt allerlei ZZP-ers, kunstenaars ook, een smeltkroes daar. Je hebt er die brandweerman, als die er nog is, een bakker ook. Sportieve dames, je weet wel met lycrapakjes. Eenmaal per jaar doen ze een soort Italiaans eten op straat."
"Ja en?"
"Ga eens praten met die mensen. Boeiende types, wat zijn daar voor verwikkelingen, welke problemen, welke intriges", Tiril buigt zich voorover, "zijn er amourettes?"
"Ik volg je niet."
"Martin, je kunt ook een roman schrijven, een straatroman wat dacht je daarvan, geeft je veel meer vrijheid, gooi je ketens af Martin. Fuck off met die Hönig." Tiril gooit haar armen wijd open. "Martin, je hebt goud in handen."
"En jij helpt mij?"
"Ja, maar nu eerst die DVD, La Strada."
"Klein stukkie hè." Martin glimt, hij ziet het verhaal opdoemen, als Ursula Andres die uit de branding het strand oploopt.

 

Marc Peeters
April 2017