Verboden vrucht? 

Natuurlijk wist ik dat ze af en toe hysterisch kon zijn. Maar dit sloeg alles. Ik schudde mijn hoofd, en keek nog maar eens in mijn agenda. Bij vrijdag 10 april had ze met rood bijgeschreven: "blijf je daar slapen?" Die avond ging ik bridgen bij Antoinette. Zo had ik dat genoteerd: "8 uur Antoinette".
De week daarna had ik een afspraak op de universiteit, bij een docente ja. Had ik opgeschreven "15 uur Mw. Jansen, k. 5.12". Met rood erbij gekalkt "hoeveel vraagt ze?"
Ik kon er naar blijven kijken, alsof de teksten mij nog iets extra konden zeggen, liefst verduidelijken. Ik verdiepte mij als een volleerd grafoloog in de hanenpoten, in de manier waarop ze de zinnetjes had afgesloten, met een zachte 'punt', of een grimmige die tot ver in de agenda doordrong. Ik rook er zelfs aan, had ze make-up laten vloeien, of voelde ik tranen op het papier.
Niets, de zinnen leken mij ook niets te zeggen. Alsof ze afgevuurd waren, en daarna slechts de kruitdampen waren blijven hangen. Even wat wapperen met de agenda, en alles opgelost. Zo leek het, maar nee dus. De hele dag bleef ik met dat beeld in mijn hoofd, hoe zij erbij had gezeten terwijl ze die fatale zinnetjes fulmineerde. Ik zocht verder door in mijn hoofd, ik zocht in mijn hoofd wat zich in haar hoofd zou hebben kunnen afgespeeld. Hoe lang had het daar al gekookt? Had ik het kunnen zien aankomen, had ik het moeten zien aankomen?
Ik ging naar school, en op de fiets door de drukke stad bleef het spoken. Automobilisten moesten mij met hun claxons regelmatig bij de les houden. Eenmaal reed ik pardoes door rood, een voetganger die ik van de sokken fietste schreeuwde nog wat na.
Op school aangekomen zocht ik in de collegezaal een plekje voor mezelf. Weer ging ik die agenda bestuderen. Daar zat ik met de handen in het haar.
In de pauze dronk ik koffie, en ging ik weer apart zitten. Ik zag haar in mijn herinnering weglopen, de laatste keer dat we elkaar gezien hadden, vanochtend. Ze had vroege dienst. Ik was te versuft om goed en wel afscheid te nemen. Te laat uit de kroeg gekomen, verklaarde dat haar boosheid? Maar wanneer had ze dan die notities gemaakt? Niet vanochtend, daarvoor nam ze zich niet de tijd, zoveel was me wel duidelijk. Snel douchen, en zonder ontbijt, dat haalde ze in het ziekenhuis wel in. Ik had haar de deur achter zich gehoord dichtdoen. Niet werpen, laat staan smijten, bedacht ik ineens, ook vreemd, als ze echt pissig was, zou dat nog steeds moeten blijken. Of was ze nog niet wakker? Hoe werkt zo'n emotie, zo'n woede? 's Nachts ook niets gemerkt, maar ik lag natuurlijk ook te ronken.
Ik liet het college voor wat het was, de man vertelde toch alleen wat al in de syllabus stond, en fietste terug naar huis. Ik ging nog eens alles inspecteren. Had ze haar spulletjes meegenomen? Het lege vak in de garderobekast als stille getuige van een afscheid? Briefje achtergelaten in de keuken? Nee. Op een kattebelletje met hartje of kruisje rekende ik al niet meer. Potjes met mascara en vochtigheidscrème stonden onaangeroerd op de wastafel. Zelfs de elpees van Carole King en Leonard Cohen waren niet meegenomen, dat zag ik zo, ik herkende hun ruggen uit duizenden.
Ik liet mij achterover vallen op bed, armen achter de nek gesloten.
Hoe laat was haar dienst voorbij? Ik wist het niet precies. Onder normale omstandigheden zou ik haar vanavond pas bellen, of zij mij, na de volleybal-training.
De rest van de dag deed ik niet veel. Ik las wat in het dictaat, draaide wat muziek, zette koffie, en deed een handwas. 

's Avonds fietste ik naar haar huis. Ze woonde in een studentenhuis. Er hing een touwtje door de brievenbus, dus liep ik zo naar boven. Ik werd meteen verwelkomd: "Hee, ze is boven als je haar zoekt."
Ik liep de trap op, haar deur stond open, ik hoorde het geluid van haar haardroger.
Wat zou ze denken, en vooral: wat zou ze doen? Zou ze me wel aankijken, zou ze kwaad worden, zou ze de deur voor mijn neus dichtsmijten?
"He liefie, wat kom jij doen?"
"Oh, uh, zomaar."
Ik merkte niets aan haar.
"Zal ik koffie zetten?"
Bizar.
"Ja goed, hoe was je training?"
Waar moest ik beginnen?
"Pff zwaar, aanstaande zondag beslissende wedstrijd hè."
"Ik vond dit vanochtend." En ik pakte de agenda uit mijn jaszak.
"Hmm, wacht even, even die filter vullen."
"….."
Wat overkwam me?
"Wat is dit?"
Speelde ze een spelletje? Ik moet nú op mijn hoede zijn.
Ik wees haar op de rode aantekeningen, eentje deze week, de ander de week erna.
Ze barste in lachen uit.
Hield ze me voor de gek?
"Och liefie toch, ik zie alleen namen van andere vrouwen. Ik weet toch niet wat je daar gaat doen?"
"Wil je dan dat ik alles opschrijf?"
In mijn eigen agenda nota bene.
"Ik ben zo bang je kwijt te raken." En ze vloog me om de hals.
Is dit droom of werkelijkheid?
"Wat wil je dan?"
"Ik wil jou."
Vrouwen…

Marc Peeters
April 2017