Rijn-Waal pad

Column Zadelpen

Er waart al een tijd een nieuw prestigeproject door de groene verkeerspolitiek in de provincie: een snelle fietsverbinding tussen Arnhem en Nijmegen. De twee Gelderse steden wanen zich al zo close dat zij zich gezamenlijk aanduiden als stadsregio.

Op internet (rijnwaalpad.nl) kun je de voortgang volgen. Er zit een kaartje bij, met allerlei kleurtjes. Groen is af, oranje is fietsklaar (verschil met af?), geel is in bouw, rood is in planning en zwart geeft een tijdelijk alternatief.

“Datgene dat al gebouwd kan worden, dat wordt gebouwd”, zegt de site, met een slagvaardigheid die - door schade en schande wijs geworden - maar met een korrel zout genomen moet worden. Nu maar hopen dat de afronding niet sneuvelt door deze of gene provinciale efficiency-slag. Zou zo maar kunnen, dat Gelderland moet fuseren met Limburg, en dat die Limburgers het beheer over de portefeuille ‘fietspaden’ krijgen.

Ik besluit de proef op de som te nemen, en een verkenningstochtje te maken. Het gebied tussen ‘mijn’ Nijmegen en ‘dat’ Arnhem heb ik altijd als een hinderlijk naargeestig niemandsland beschouwd. Niemandsland suggereert een verlatenheid, die mij zou kunnen charmeren, maar dat is nu juist niet het geval. Alles lijkt volgeplempt met Vinex-lokaties en bedrijfsterrein. Sperrgebiet, de Gelderse Muur, gaat die ooit vallen?

Voor veel mensen uit Nijmegen, supporters van de plaatselijke voetbalclub in het bijzonder, is Arnhem echt fout. Het beste dat uit Arnhem komt is de trein naar Nijmegen, zo zegt men.

Zou dit interlokale pad dan een vehikel voor verbroedering kunnen zijn, een Wiedergutmachung, de uitgestoken hand, het einde van een brouillage?

 

Bij het Trajanus-plein word ik nog gewezen op de Rhein Waal fietsroute. Zou dat ‘m zijn? Waarom dan in het Duits? Om de Gründlichkeit van het project te benadrukken?

Gewoon maar de brug over naar Lent. Daar ontwaar ik het welkomsbord: “Fietsstraat, auto is gast”. Niet fietspad, niet fietsstrook, niet fietsweg, maar fietsstraat, een nieuw woord, altijd goed voor de status. En dan dat ‘auto is gast’. Je proeft de boodschap: Automobilisten gedraagt U! Schoenen uit, misschien een koekje bij de thee?

Ik kom op een roestbruine loper. Tapijtbreed, het lijkt wel een driebaansweg. Wat een luxe, weinig gedoe met gerinkel en geduw van andere fietsers. Als een vorst word ik geprivilegieerd door een woonwijk gedirigeerd. Ik passeer een fietsreparatiezaakje, uiteraard, die heeft marktgevoel. Terrasjes, uitspanningen, die straks weer gaan floreren?

Als ik de wijk verlaat zie ik links de snelweg, ik kan beter naar rechts kijken. Er staan bankjes klaar voor een eerste rustmoment. Schapen grazen, altijd goed voor een landelijk gevoel.

Dan nader ik Ressen, bekend van de autofileberichten ‘knooppunt van de A15 en de A325’. Dit is voorlopig het einde van de Nijmeegse tentakel. Ik stuit op de barrière, de Betuwelijn, symbool van de geldverslindend moderniteit. Hier moet dus nog een fly-over komen. Als dat financieel maar niet uit de klauwen loopt, indachtig het project daaronder.

Via wat kruip-door sluip-door routes kom ik weer uit op een groen stuk, de arm van de Arnhemmers.

Ik kijk om en bedenk dat een stuk terug dus ooit de twee takken bij elkaar zouden moeten komen. Alsof twee boorploegen elkaar ontmoeten in een tunnel. Amerikanen en Russen (lees: Arnhemmers en Nijmegenaren) die geallieerd elkaar de hand schudden bij de Elbe. Maar wie is dan de gemeenschappelijke vijand in dit geval? De auto, het gemakzuchtig vervoersmiddel?

 

Het snelfietspad leidt mij comfortabel door woonwijken Elden, Kronenburg en Malburgen Arnhem binnen. Ik passeer het Gelredome (NEC-adepten, fiets stug door!). De Rijn over en ik meer aan op de Korenmarkt. De cafébaas spreekt mij aan.

“Jongeman, wat brengt u hier?”

“Een witte vlag”, en ik steek mijn witte pet in de lucht.

Arnhem twincity van Nijmegen, of beter twin-velo-city, zou het ooit kunnen?

De NEC-fan zou mij een oplawaai geven. Maar gelukkig is dit een blad voor liefhebbers van fietsen in onze ‘stadsregio’, en geen blad voor voetballiefhebbers.

 

 

Februari 2013